Zoeken in deze blog

woensdag 23 mei 2018

25 jaar Voorleeswedstrijd

Woensdag 22 mei vond in Amstelveen de finale plaats van de 25e (Nederlandse) Nationale Voorleeswedstrijd. Memorabel, vond ook organisator Stichting Lezen. Om het te vieren nodigde ze voor een feestelijke lunch een ruim 25-tal mensen uit die allen te maken hebben of hadden met leesbevordering. Waaronder ondergetekende.
En hoewel ik het fenomeen voorleeswedstrijdfinales het laatste decennium aan me voorbij heb laten gaan, besloot ik dit mee te vieren.

De Nationale Voorleeswedstrijd mag gerust zo niet het paradepaardje, dan toch wel een van de succesprojecten van Stichting Lezen worden genoemd. Bijna de helft van de Nederlandse basisscholen doet mee en blijkens divers onderzoek is meedoen gunstig voor het aanzien van lezen en dus het leesklimaat op school, al het effect moeilijk in cijfertjes onder te brengen. Er is terechte trots bij Stichting Lezen.
Daarbij dient aangetekend dat er nóg een paradepaardje is, dat weliswaar niet zo in de kijkcijfers loopt maar zeer waarschijnlijk wel effectiever is voor het aan het lezen krijgen en houden van kinderen: Bibliotheek-op-School. Benieuwd of daarvan het 10-jarig bestaan in 2018 nog gevierd gaat worden.

 

En terwijl in de entree de eerste kampioenen en hun aanvang arriveerden, was in een kleine theaterzaal gedekt voor een aangeklede lunch, met sprekers.



Tussen de (lekkere) gerechtjes door spraken, ingeleid door 'dagvoorzitter' Aleid Truijens, achtereenvolgens Kees Broekhof, Jacques Vriens en Esmeralda Akdag (leerkracht basisschool Het Element, Middelburg, heette tot februari 2018 De Vossenburcht).
Jacques Vriens las voor uit Smokkelkinderen en kreeg van gastvrouw Gerlien van Dalen (directeur Stichting Lezen) een oorkonde omdat hij in 25 jaar Voorleeswedstrijd de meest voorgelezen auteur is.
Esmeralda Akdag vertelde hoe op haar basisschool  in Middelburg het lezen wordt bevorderd. Door veel aan lezen te doen, inderdaad, compleet met bibliotheek, deelname aan Bibliotheek-op-School en voorleeswedstrijd, taalcoördinator enz. Mooi: juf als voorbeeld. Vertellen wat je zelf leest, wat je fijn vindt om je lezen, het helpt. 'Je bent als juf een voorbeeld voor de kinderen.'
Kees Broekhof verwees naar divers onderzoek (Bol-Bus; 'Nijmegen') om te kunnen stellen: heus, het werkt. En prees de Leesmonitor van Bibliotheek-op-School omdat die scholen in staat stelt om zelf vorderingen in kaart te brengen. Maar hij vond dat er ook nog wel iets te verbeteren viel, met name in de kwaliteit van de uitvoering. Daarover, en over de opleiding tot leerkracht, werden voor het toetje nog enige ideeën geuit.

Het blijft natuurlijk wel werken tegen de klippen op.
Er is nog steeds een groot, zelfs groeiend aanbod aan tekst, ook digitaal, ook mooie kinderboeken, maar daarnaast een nog meer toenemend aanbod van bewegend beeld met gesproken of gezongen tekst, film, video/tv, vlog, youtube, wat niet al.
Dat kan heel onderhoudend zijn, maar je gaat er niet door lezen en een etmaal duurt slechts 24 uur.
Er is volgens Kees Broekhof een stijgend aantal leerlingen dat ook aan het eind van het basisonderwijs nog als 'zwak in lezen'  kan gelden. En het aantal leesbeesten-boekenverslinders neemt af.
Er is bovendien, merkten diverse deelnemers op, een stijgend aantal leerkrachten-in-spe die zelf ternauwernood lezen.
Werk aan de winkel, nog altijd! Het taalonderwijs moet beter, en dat is dan één pijler naast die andere: leesbevordering, ofwel zorgen voor een ruim aanbod van boeken en tijdschriften en veel activiteiten om lezen aantrekkelijk te maken en te houden.
Meedoen aan de Nationale Voorleeswedstrijd is er slechts een van.
Wie weet wordt het beter. Om Gerlien van Dalen te parafraseren: zonder optimisme red je het niet.









vrijdag 18 mei 2018

De dosse hook glommert op de hieme zeek

Gat neep of d'n zuisterd? Gorgezat lekelt d'n hepperdiem se mavelzat in. Korredaag, se kremerd lit sluk! Klarremons zuut krijzel en devert d'n moop in. Kleert ne rolledaat, koepert ne zopermaat!
Gekremerd zilt men d'n grave laagbaarheden in d'n mopen. Grol!
Mor zanten vroopt mon zelemaats...
Vreks, gonter moolt d'n vlerestroker.

Gedderie, doer vroopt ne krakezat. Heilhol gedaver! Zoe koepert grezig d'n rolledaat, navens d'n grope greniling. Zuks bobert Klarremons deer zolle groven. De haggel verplovert d'n verdavering...

Gamenie ziezoekig veer Hongels?
Zok hoer...

Gries! M'r gaast d'n grovver oor d'n kraddeman. Se stoert plikkert d'n hepperdiem tok navens him vroopt. Rolledaat en greneling kwivveren. Doer takkert ne meewoert en slonks bewikkeren two vakkelakken. Stokkers krokken en d'n boemde donkt. Heier! Nachtens zookt hiel woenog ne dosse hook! H't blokert noor zwundel. Gorgels zwieveren doer sloond, rimmelriest zukende en schorgels bemiedende. Hinne kriks het ne bloeuwe bil, o gee! Zaandree: 'Kei ze flin de grond, d'n baarten greten u. Gebreid het droet.'
Growels drokken ne fliert se koppert inne sloet.

Zaas klaakt ne hepperdiem zerig oer se mavelzat. Prienterzat, se mavelzat. Rurg... Gebreid het droet, djaja... Koklenen zwieveren dergens klanklanderend ne newet ech woenog noor dievers ne klovers. Doer dievers krieg tenover tillens griebels ne glokkers, zenne zilt zopermaat te klillens. Vriet veur d/n hepperdiem.

Mier te kam?



dinsdag 15 mei 2018

Vanaf de zijlijn

Heerlijk, vanaf de zijlijn commentaar leveren. Prototypes zo niet iconen: Waldorf & Statler, belangrijke bewoners van de Muppet Show (zie ook hier).



Statler: 'Deze show is vreselijk.'
Waldorf: 'Verschrikkelijk.'
Statler: 'Afschuwelijk!'
Waldorf: 'Volgende week weer?'
Statler: 'Natuurlijk.'



Heel herkenbaar, voor een blogger. Hier zijn ze op Youtube.

zondag 13 mei 2018

Blokje om

Ik ga graag een blokje om. Zo ook het gele blokje (vierkantje) in Blokje om van Judith Vanistendael. Of is het een mannetje met een druipneus? Nee, een theepot! Pardon, een fluitketel...
Het gele blokje van p. 3 verandert iedere bladzijde in iets anders, door toevoeging van een of meer andere vormen. Er komt van alles langs, van genoemde theepot tot een driehoek, van die driehoek via rollende balletjes en een rups (lijkt verdacht op die van Eric Carle). En zo door.

Voorbeeld: van aapje naar egeltje in 6 pagina's:

 

 

 
Het eindigt tenslotte met hetzelfde gele vierkantje als waarmee het begon.

Typisch een boek om met je kleuter op schoot te bekijken. Wat is dit? En dit? Een blokje om vol verrassingen.
Maar ook een fijn spelletje met figuratief en abstract en als zodanig te gebruiken in een lesje over kunst in de bovenbouw basisonderwijs.
Een klein juweeltje, dit boek van Judith Vanistendael.



Vanistendael, Judith. Blokje om. Querido Kinderboeken, 2018, ISBN 978 90 451 2173 4.








zondag 29 april 2018

Je leest een boek

Je ontvangt een boek ter recensie van Tamara Bach, Veertien, en gaat lezen.

Op eenderde denk je: waar gáát dit over. Je bladert nog eens terug. Echt, alleen maar de gedachtestroom van een veertienjarig meisje (nèt veertien geworden) voor wie niets belangrijker lijkt dan andere veertienjarige meisjes en hun muizenissen en vooral: ze mag niet achterlopen! Ze wil, nee, je moet meetellen, erbij horen.

Zucht. Je leest toch maar verder.

Je komt er achter dat ze een tijd ziek is geweest. Ze heeft daardoor een schooluitstapje naar Polen gemist en nog wat. Heel belangrijk dus om haar positie in de vriendinnengroep (nou ja, vriendinnen) weer te vinden op zo'n eerste schooldag na de vakantie. Want ja, je merkt dat het hele verhaal zich afspeelt in één dag, wat je op zich wel bijzonder vindt. Die dag is dus de eerste schooldag.

Je komt er ook achter dat haar vader en moeder zijn gescheiden en dat ze weinig aandacht voor haar hebben en hun scheiding ook nog niet goed hebben verwerkt.

Dat zou het verhaal wat diepte kunnen geven, maar helaas merk je dat het perspectief strikt beperkt blijft tot wat zich afspeelt in het veertienjarige hoofd. Er komt nog een liefje bij en een kus.

Net als je denkt, een mooie start voor een verhaal, is het al afgelopen.
Nou ja, dat was het dan, denk je. Een dag uit het leven van een prille veertienjarige. De school, de vriendinnen, de eerste kus en de gescheiden ouders. Beetje verdriet,  nogal wat spanning, soms wat pret. Weergegeven in staccato proza, waarvan hier een, toegegeven, extreem maar toch wel representatief voorbeeld:

Je staat nog een tijdje voor de deur. Anton en Juul zijn allang om de hoek verdwenen.
Je ademt uit en in, duwt de deur open en loopt drie trappen op naar jullie flat.
Bij het opendoen merk je dat je moeder thuis is.
Je laat horen dat je er bent, maakt geluid.
Trekt je sandalen uit, gaat naar de spiegel en bekijkt jezelf.
Zo zie je er dus uit als je gekust bent.
Zo zou je er altijd uit moeten zien.
Je moeder roept dat het etenstijd is.
Dat ze boodschappen heeft gedaan.
Je gaat naar de badkamer, gaat naar de WC, wast je handen.
De spiegel weer.
Nog steeds zoenlippen.
Nog steeds een vleugje vanille.
Je moeder staat bij de keukentafel, komt op je af, knuffel, kus op je voorhoofd, ga zitten.
Ze heeft allemaal lekkere dingen gekocht. (P. 96)

Heel filmisch en het toont ook wat je tot nu toe nog niet hebt genoemd: de hoofdpersoon wordt aangesproken door de (anonieme) verteller, die daarmee tegelijk ook de lezer aanspreekt. Het effect is wat jou betreft maximale vereenzelviging, maar dat roept ook weerstand op, want je bént geen veertienjarige. Mogelijk ligt dit anders voor veertienjarige lezers!
Vergelijk met deze bespreking. Je denkt dat het irritant kan zijn voor lezers, dat je. Daarom doe je het juist.

Wat zijn gangbare taalsituaties waarin je het over je hebt? Als je sporter bent en een journalist vraagt naar je ervaring en je denkt dat wat voor jou geldt een algemeenheid is. Je staat daar niet bij stil hè...
Je staat er ook niet bij stil dat je zelf algemeenheden soms zo verwoordt. Je als vervanger van men.
Als je instructie geeft en de gebiedende wijs wil vermijden. Je mag je jas in de hal ophangen.
Of als je iemand iets vraagt. Vind je het heel erg, dat je?
Maar nooit als je een verhaal vertelt.

Het is wat dwingend. Er zijn passages die vragen oproepen. Pagina 69:

Je bent opeens weer wakker. Je wangen beginnen te gloeien.
Je legt de andere post lukraak ergens neer, waardoor je moeder er later naar moet zoeken.

Ja, denkt ze dat nou? Of is dit een vertellerstoevoeging? Net zo op p. 93:

Jullie lopen verder.
'Ze kent de weg naar de ijswinkel,' zegt hij.
En hij vraagt of je ook een ijsje wilt. Of hij je op een ijsje mag trakteren.
'Ja graag.'
Je bent dol op ijs.

Ook hier: vertellerscommentaar, of een weergegeven gedachte? Ik denk: vertellerscommentaar.

Hoe dan ook geldt voor deze stijl dat je je zonder veel veranderingen door ik zou kunnen vervangen. Dat zou minder dwingend zijn geweest en verder minstens dezelfde wijdlopigheid hebben behouden. Wat gewoner wel, want zulke verhalen zijn er zat, dit is bijzonder. Enkele passages zouden van betekenis verschieten. Zoals dat over 'dol op ijs', hierboven. Probeer maar.
Je denk ineens: zou de verteller willen suggereren dat de hoofdpersoon zichzelf voortdurend observeert en aanspreekt? Uit de hand gelopen sportersstijl, zie boven: je loopt het veld op en denkt dáár ligt de bal. Of juist extreem zelfbewustzijn, alsof ze voortdurend in de spiegel kijkt: wat doe je nu?

Zou je je zoor ze vervangen, dan krijg je een iets ander verhaal.
Daardoor zou de verteller ineens wat meer in beeld komen, door de afstand die de derde persoon veroorzaakt. Zo'n opsomming als in het eerste citaat wordt dan wel heel erg observeerderig.
Proef maar:

Ze staat nog een tijdje voor de deur. Anton en Juul zijn allang om de hoek verdwenen.
Ze ademt uit en in, duwt de deur open en loopt drie trappen op naar hun flat.
Bij het opendoen merkt ze dat haar moeder thuis is.
Ze laat horen dat ze er is, maakt geluid.
Trekt haar sandalen uit, gaat naar de spiegel en bekijkt zichzelf.
Zo zie ze er dus uit als ze gekust is.
Zo zou ze er altijd uit moeten zien.
Haar moeder roept dat het etenstijd is.
Dat ze boodschappen heeft gedaan.
Ze gaat naar de badkamer, gaat naar de WC, wast haar handen.
De spiegel weer.
Nog steeds zoenlippen.
Nog steeds een vleugje vanille.
Haar moeder staat bij de keukentafel, komt op haar af, knuffel, kus op haar voorhoofd, ga zitten.
Ze heeft allemaal lekkere dingen gekocht.

Alsof hier een verdacht subject wordt gadegeslagen, en dat knuffel, kus op haar voorhoofd, ga zitten komt wat raar over en zou dus anders moeten. De derde persoon zou de mogelijkheid hebben geboden die moeder meer reliëf te geven.

Afijn, ik houd het op deze stijloefening en verlaat hierbij de je-stand. Het bijzondere van dit verhaal is vooral die aanspreekvorm. Heel apart, soms irritant. Verder las ik een gave schets van een dag uit het leven van een veertienjarige. Niet minder, vooral niet meer.



Bach, Tamara. Veertien; vert. Esther Ottens. Querido, 2018. ISBN 978 90 451 2126 0. Orig.: Vierzehn, 2016.












zondag 15 april 2018

Even weg

... dus even geen recensies.
Wel na het lopen de tijd genomen om Homo deus van Yuval Harari te lezen.

Maar er liggen enkele bijzondere prentenboeken te wachten op bespreking en ik ben weer terug.
Binnenkort tekst.

Interessant vertoog wel, dat Homo Deus (zie onder). Stemt tot lang nadenken. Prettig is vooral dat het laatste hoofdstuk zo ongeveer samenvat wat hij in Homo Sapiens en Homo Deus te berde brengt.


dinsdag 13 maart 2018

Vakantieboekenplan 2018

Een persberichtje:

'Ook dit jaar biedt Stichting Lezen met steun van Stichting Kinderpostzegels Nederland het project Vakantielezen aan.

Scholen in krimp- en anticipeergebieden die niet eerder deelnamen aan het project kunnen zich via hun bibliotheek inschrijven. De eerste 100 scholen die worden aangemeld ontvangen voor alle kinderen die naar groep 4 en 5 gaan vóór juni - kosteloos - een aantrekkelijk vakantieleestasje.

Daarnaast organiseert de bibliotheek in juni samen met de school een feestelijke aftrapbijeenkomst gevolgd door zomerleesactiviteiten in juli/augustus in de bibliotheek.' (Mijn links.)

Het is kennelijk een succes, deze nieuwe invulling van een aloude vorm van leesbevordering. Zie over lezen in de vakantie ook mijn bericht op 19 juni 2017.
Ik zat nog wel met de vraag wat precies 'krimp- en anticipeergebieden' zijn. Het antwoord vond ik hier.
Vermoedelijk is er een potje voor deze gebieden waaruit voor dit project wordt geput, want anders zou ik niet kunnen verklaren waarom leerlingen in gebieden waarin de bevolking niet afneemt niet zouden mogen deelnemen aan Vakantielezen.


vrijdag 9 maart 2018

Leesbevordering en politiek

In de Nederlandse en Vlaamse pogingen om kinderen aan het lezen te krijgen en te houden blijft men er voorlopig ver van, maar de oosterburen zijn zo ongerust geworden over alle ongemanierde onzin die er in de 'sociale media' over en weer wordt gestuurd dat vier grote leesbevorderingsinstellingen een oproep hebben gedaan, een 'gemeinsamer Appell'.

Het zijn de Arbeitskreis für Jugendliteratur (AKJ), de Arbeitsgemeinschaft von Jugendbuchverlagen (avj), het Börsenverein des Deutschen Buchhandels en de Stiftung Lesen.
Ze doen hun oproep in het kader van, ik citeer: het 'Trendberichts Kinder- und Jugendbuch 2018 im Vorfeld der Leipziger Buchmesse'. Dat heeft er mee te maken dat op 16 maart tijdens de Leipziger Buchmesse een podiumdiscussie plaatsvindt over dit onderwerp. 'Kommen Sie vorbei am 16. März im Forum Politik und Medienbildung, Halle 2, D 310.' Onderwerp: 'Meine Meinung zählt: Junge Menschen mit Büchern für Politik begeistern'.
Begeistern nog wel... dat is nog een stapje verder dan bewustwording of interesse.

Hieronder het appel:


Appell | Demokratie braucht Nachwuchs: Junge Menschen mit Büchern für Politik begeistern
„Aktuelle gesellschaftliche Veränderungen stellen uns vor die Herausforderung, Kindern und Jugendlichen die Regeln einer fairen Auseinandersetzung und politischen Denkens zu vermitteln. Mehr denn je braucht unsere Gesellschaft jetzt und in Zukunft mündige und kritische Bürgerinnen und Bürger, die politische Themen einordnen und Demokratie mitgestalten können.
Kinder- und Jugendliteratur kann das Interesse an politischen Themen wecken. Sie bietet Erfahrungsräume, ermöglicht, sich gesellschaftlichen Themen aus unterschiedlichen Perspektiven anzunähern, fördert Empathievermögen sowie kritisches Urteilen. Sie setzt sich differenziert mit dem gesellschaftlichen Umfeld auseinander, macht Unterschiede und Veränderungen altersgerecht erfahrbar.
Bei unseren Leseförderprojekten verzeichnen wir ein zunehmendes Interesse junger Menschen für politische Zusammenhänge. Kinder und Jugendliche sind neugierig, hinterfragen und möchten sich selbst aktiv einbringen – politisches Potential, auf das eine Gesellschaft nicht verzichten kann. Der frühe Umgang mit vielfältigen Geschichten, die ihre jungen Leserinnen und Leser ernst nehmen, schafft die Grundlagen für ein respektvolles Miteinander, auch in kontroversen Debatten.
Romane oder Sachbücher müssen jedoch nicht nur gelesen, sondern auch diskutiert werden. Neben vielstimmigen und hochwertigen Texten brauchen junge Menschen qualifizierte schulische und außerschulische Partner, die sie bestärken und zum Mitgestalten anregen. Eltern, Erzieher und Lehrkräfte müssen die notwendige Unterstützung erfahren, Kinder und Jugendliche an Politik heranzuführen, für gesellschaftliche Themen zu begeistern, zum kritischen Denken zu ermuntern sowie neue Konzepte der Teilhabe zu erproben. Verlage müssen sich mit analogen und digitalen Publikationen ihrer Verpflichtung stellen: Es ist ihre Aufgabe, gemeinsam mit Autoren und Illustratoren, Konzepte zu entwickeln, die unterschiedlichen Altersgruppen das notwendige Rüstzeug an die Hand geben. Gleichzeitig übernehmen Buchhandlungen mit ihrem Sortiment, mit ihrer fachkundigen Beratung und ihren Veranstaltungen eine entscheidende Rolle als Mittler. Im Buchhandel, wie auch in Bibliotheken, Literaturhäusern und anderen Kultureinrichtungen können Kinder und Jugendliche politische Bücher entdecken und auf gesellschaftliche Themen aufmerksam gemacht werden.“

Benieuwd wanneer de Stichtingen Lezen van Nederland en Vlaanderen en aanpalende organisaties met zo'n oproep komen. Mag wel iets lichter dan deze loodzware tekst, lijkt me.
Vooralsnog gooien zij het vooral op persoonlijke ontwikkeling: lezen is goed voor je. Of, om het programma voor Lezen Centraal (11 april, Leeuwarden) te citeren: lezen 'kan verruimen en verrijken'.



donderdag 8 maart 2018

Het begrijpen van teksten

Soms, heel af en toe, stuit ik op een mooi citaat in een tekst die niet als mooi is bedoeld.
Zoals dit, in een artikel door Marieken Pronk-van Eunen en Bert de Vos, in Levende Talen Magazine 2018-2, over 'Lezen met de leessandwich, een kansrijke didactiek bij Nederlands en mvt', p. 10-14.

Begrijpend lezen gaat namelijk over het begrijpen van teksten. 

Ter verklaring: mvt is moderne vreemde talen. Het artikel behelst de zoveelste poging om het onderwijs in de taal Nederlands wat levendiger en daardoor effectiever te maken. Kort samengevat: doe meer dan leerlingen alleen een tekst voorleggen en daarna wat vragen. Vrijwel al die pogingen zijn lovenswaardig, zo ook deze. Of het echt een wereldschokkende verbetering is, dat betwijfel ik, maar ik ga er hier niet op in. Wie er meer over wil weten, raadplege Lezen met de leessandwich van beide auteurs.

Om het lapidaire citaat meer tot zijn recht te doen komen, hier het vervolg:

En dat gaat altijd in de eerste plaats over de ínhoud van de tekst. Dat is de kern van lezen: je bent nieuwsgierig naar informatie, je wilt je mening toetsen of je wilt weten hoe iemand anders ergens over denkt. Dan ga je lezen en zo verbreed je je horizon.
Tijdens lessen Nederlands en moderne vreemde talen (mvt) heeft begrijpend lezen echter vaak een andere inhoud gekregen. Het is verschoven van 'begrijpen wat er staat' naar 'vragen beantwoorden'. En deze toetsvorm is de onderwijsvorm geworden. Zo worden leerlingen bij veel van deze lessen getoetst op het beheersen van leesstrategieën, hun kennis over de opbouw van de tekst, hun kennis over woorden en hun inzicht in alíneaverbanden en verwijs- en signaalwoorden . En zo worden deze lessen zowel voor de docent als de leerlingen vaak erg saai. (p. 11)

Dat haalt je de koekoek.
Het lijkt hier overigens te gaan om documentaire teksten, niet om fictie. Maar dat maakt voor de essentie van hun artikel niet veel uit.
Ze vergeten overigens nog dat bij het geschetste 'vragen beantwoorden' de leerlingen vooral ook getoetst worden op hun vaardigheid om zulke vragen te kunnen beantwoorden. Die vergt een aparte kennis: weet wat de docent wil horen...

Voor een echt goede docent moet dit artikel een open deur zijn.

Niet alleen de lessen Nederlands in het primaire en secundaire onderwijs hebben de naam saai te zijn, ook de studie van Nederlandse taal- en letterkunde lijdt daar kennelijk onder. Zie de oproep van de opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen, Rijksuniversiteit Groningen, Universiteit Leiden, Universiteit van Amsterdam en Universiteit Utrecht om ambassadeurs te werven:

'Helpt u ook mee om te laten zien hoe leuk en interessant het vakgebied Nederlands is? Nodig dan de beste ambassadeurs uit, namelijk studenten die hun eigen ervaringen kunnen delen. Zij komen graag tijdens uw les een korte voorlichting (20 tot 25 minuten) geven over de studie Nederlandse Taal en Cultuur. Interesse? U kunt zich aanmelden via het aanvraagformulier op deze site. We nemen dan zo spoedig mogelijk contact met u op.'

Zo'n oproep doe je alleen in nood, lijkt me...





dinsdag 6 maart 2018

Edward van de Vendel

is onderwerp van aflevering 104 (winter 2017) van Literatuur zonder leeftijd.

Niet voor het eerst kiest de redactie een alom gewaardeerd auteur om in een hele aflevering in het zonnetje te zetten. Recentelijk waren dat Harrie GeelenImme DrosBart Moeyaert, Jacques Vriens en Ted van Lieshout. Nu dus Edward van de Vendel.


(Foto Jota Chabel.)

Soms is er een aanleiding voor zo'n feestnummer, zoals bij dat over Jacques Vriens (40 jaar schrijverschap) of Ted van Lieshout (werd 60 jaar), soms niet, zoals nu. Hoewel: misschien begon de redactie in 2016 met plannen voor dit nummer, 30 jaar na Betrap me, het debuut van Edward van de Vendel.

Hoewel LZL in principe een academische statuur nastreeft, en daarmee heel wat jonge onderzoekers de kans biedt om te publiceren, komen er in zo'n overzichtsaflevering zoveel lovende woorden voorbij dat het bijna hagiografisch wordt. Ik gebruikte niet voor niets hierboven de uitdrukkingen 'in het zonnetje zetten' en 'feestnummer'.
Mogelijk zou dat wat minder worden als de redactie verder de geschiedenis induikt, anderzijds vermindert dat natuurlijk de actualiteit.

Hoe het ook zij, het is weer een volle aflevering. Na het redactioneel gaan er direct 35 pagina's heen met twee lange bijdragen van Thomas de Veen en Annette de Bruijn, resp. 'Edward van de Vendel over leven en werk' en zijn 'poëzie tussen beeld en geluid'.

Wie Edward van de Vendel weleens gedichten heeft horen voordragen, weet dat klank, ritme en toon een belangrijke rol spelen. Dat is ook niet vreemd gezien het feit dat hij vanuit het schrijven van liedteksten bij de poëzie terechtkwam.

Aldus Annette de Bruijn. Met dat 'geluid' bedoelt ze niet muziek, maar klank op zich, de klank van zijn poëzie. Ze lijkt te suggereren dat liedteksten geen poëzie zijn.

Dan is er op p. 46-47 ruimte voor een gedicht van Edward van de Vendel, waarna nog meer bijdragen volgen.

Waaronder:
- Michel De Dobbeleer over de drie bundels 'stripgedichten' (idee: Kidsweek) van Edward van de Vendel en Floor de Goede
- Kyra Fastenau over Dagen van de bluegrassliefde, Ons derde lichaam en Oliver en dan specifiek 'het contrast tussen private en publieke ruimte, tussen stad en natuur'
- Vanessa Joosen over 'griezelmeisjes in de sprookjesbewerkingen van Edward van de Vendel en Isabelle Vandenabeele
- Jan van Coillie over Edward van de Vendel als vertaler

en dan hebben we het wetenschappelijk deel wel zo ongeveer gehad, met de kanttekening dat Thomas de Veen de auteur interviewde en dat alleszins lezenswaardig interview is allerminst wetenschappelijk.
Die andere vijf zijn dat wel en redelijk uitgebreid. Ze vergen wat welwillende aandacht en leesbereidheid, ook omdat de conclusies niet wereldschokkend zijn.
Ik citeer Fastenau:

Van de Vendel gebruikt het contrast tussen natuur en stad en ook enkele stereotypen (voetbal, Eurovisie) om zijn verhaal en personages een bepaalde richting uit te duwen. Ze roepen vragen op bij de lezer over de rol die de omgeving speelt bij het vormen van je identiteit. Is het leven maakbaar? Kun je jezelf buiten de maatschappij plaatsen? In hoeverre kun je veranderen, in hoeverre kun je verandering tegenhouden?
Ik sloot de boeken Ons derde lichaam en Oliver met meer vragen dan antwoorden. En dat vind ik een fijne leeservaring. Het toont voor mij aan dat de auteur heeft begrepen dat mensen complexe wezens zijn. En dat hij zijn lezer over die complexe wezens wil laten nadenken.

Tja. Waarempel.
En is dit nu het slot van een wetenschappelijke analyse of van een recensie?

Maar niet getreurd want natuurlijk weet je na het lezen van al die stukken méér over het werk van Edward van de Vendel dan daarvóór.

Toch is het leuker om bijvoorbeeld de 'brief aan Edward, persoonlijk' van Jacques Dohmen te lezen. Met een passage die waarschijnlijk heel veel zegt over de auteur Edward van de Vendel:

Ik zit opeens in mezelf te grinniken. Want je bent daarnaast natuurlijk ook een geweldige lastpost, dat weet je ook wel. Iedereen gaat het liefst lekker door op bekende paden, op de automatische piloot, ook jouw uitgevers, zeker in deze woelige tijden: 'een beetje van dit, een beetje van dat, niet te veel zus en vooral niet te veel zo, dan lopen we minder risico.' En dan kom jij zachtaardig en beminnelijk als altijd op de uitgeverij en zegt zachtjes: 'Maar ik ehh, ik wil wel natuurlijk... ik bedoel, als het kan hoor... Zus. En... ehhh ja dat kan écht niet zonder Zo!' En als het dan even stil blijft zeg je: 'Eigenlijk het liefst met véél Zo.' En dan blijkt dat innemende hoofd van jou een keiharde schedel te hebben. Goedschiks of kwaadschiks, het komt er: een zusboek met veel zo. Gesigneerd Edward van de Vendel. Binnenkort in de boekhandel.

Zo dus. En wat valt het te prijzen dat de redactie van LZL ruimte maakt voor zulke niet per se wetenschappelijke bijdragen. Van ex-uitgeverijredacteur Dohmen, maar ook van vertalers Rolf Erdorf en David Colmer, en anderen.

Literatuur zonder leeftijd is in weerwil van zijn naam een tijdschrift-in-boekvorm over jeugdliteratuur, met drie afleveringen per jaar. Het wordt uitgegeven door IBBY Nederland, de Nederlandse sectie van de International Board on Books for Young people. Een abonnement kostte in 2017 € 34,50 per jaar voor particulieren, € 24,50 als die particulieren een studentenkaart kunnen tonen en € 47,50 voor instellingen.




LZL, Literatuur zonder leeftijd winter 2017, ISBN 978 94 6167 341 1, 180 p.